In de praktijk

De therapeutische kracht van de groep

Een deelnemer aan een van Frederikes groepsbehandelingen droeg al lange tijd dezelfde overtuiging mee: ik hoor er niet bij. In de groep gebeurde iets wat haaks stond op dat vertrouwde gevoel. De cliënt stelde zich kwetsbaar op, anderen luisterden en lieten merken dat ze diegene waardeerden. Tijdens een van de laatste bijeenkomsten las de deelnemer een brief voor aan een jongere versie van zichzelf. “Iedereen zat met een brok in zijn keel,” vertelt gz-psycholoog en praktijkopleider Frederike. “Dat was een heel helend moment: gehoord worden, en voelen hoeveel begrip en waardering er was.”

Precies dat is volgens Frederike wat een groep toevoegt aan therapie: patronen worden zichtbaar, voelbaar, besproken en soms zelfs ter plekke doorbroken.

Hardnekkige patronen doorbreken

Frederike begeleidde samen met collega’s de eerste groepsbehandeling Patronen Doorbreken binnen iPractice, een behandelvorm die gebaseerd is op schematherapie. Schematherapie richt zich op diepgewortelde overtuigingen, zogenoemde schema’s, zoals ik ben niet goed genoeg of ik word verlaten. Om de pijn van zulke overtuigingen niet te hoeven voelen, ontwikkelen mensen beschermingsmechanismen: zich terugtrekken, torenhoge eisen stellen, boos reageren. Die mechanismen waren ooit nuttig, maar gaan op den duur in de weg zitten.

Tijdens twaalf bijeenkomsten onderzochten cliënten hun schema’s en oefenden ze met een gezonder alternatief: reageren vanuit de ‘gezonde volwassene’. Dat is de kant in jezelf die kan zeggen: probeer het nog een keer, je bent goed zoals je bent, je hoort erbij.

In de groep zie je het gebeuren

Waarom een groep, en niet gewoon een individueel gesprek? “In een één-op-ééngesprek hoor je een cliënt vertellen hoe diegene op anderen reageert. In een groep zie je het gebeuren,” legt Frederike uit. “Dan komen soms kanten naar boven die je anders niet zou zien.”

Iemand die zichzelf vaak wegcijfert, neemt ook in de groep weinig ruimte in. Iemand die conflicten vermijdt, trekt zich terug zodra er spanning ontstaat. Dat gebeurt tijdens oefeningen, maar ook in de spontane interactie: iemand valt stil na een kritische reactie, neemt steeds het woord of raakt zichtbaar geëmotioneerd door het verhaal van een ander. De behandelaar kan zulke momenten benoemen en gebruiken in de behandeling. Zo krijgen cliënt en behandelaar samen meer zicht op het patroon en op wat het teweegbrengt in het contact met anderen.

Herkenning doorbreekt het gevoel alleen te zijn

Veel cliënten beginnen terughoudend aan groepstherapie. Ze schamen zich voor hun klachten, vinden het spannend om hun verhaal te delen of zijn bang te weinig aandacht te krijgen. De aanwezigheid van anderen blijkt dan waardevol.

“Mensen denken vaak: ik ben de enige die hiermee worstelt,” vertelt Frederike. “In de groep wordt dat doorbroken. De klachten zijn misschien niet precies hetzelfde, maar deelnemers herkennen wel iets van zichzelf in het verhaal van de ander.” Die herkenning zit in wat iemand vertelt, maar ook in wat iemand laat zien. Een deelnemer kan een ander boos zien reageren en beseffen: zo doe ik dat zelf ook.

Bovendien helpen groepsgenoten elkaar om milder en realistischer naar een situatie te kijken. “Mensen kunnen dat gezonde volwassen stuk vaak heel goed voor een ander verwoorden, maar niet voor zichzelf,” zegt Frederike. “Tegen een ander zeg je makkelijker: doe rustig aan, je bent goed zoals je bent. Voor jezelf ben je vaak veel strenger.” Door dat voor elkaar te doen, oefenen deelnemers ongemerkt de stem die ze zelf nodig hebben.

Oefenen met ruimte innemen

De groep is ook een oefenplek. Cliënten kunnen zich uitspreken, een grens aangeven of zich kwetsbaar opstellen, en ze ervaren direct hoe anderen daarop reageren.

Hoe dicht oefening en patroon bij elkaar liggen, bleek al bij iets kleins: de hand opsteken. Verschillende deelnemers vonden dat moeilijk. Ze vonden hun probleem niet belangrijk genoeg of waren bang ruimte van een ander af te pakken. Precies dat bleek vaak het patroon waarmee ze ook buiten de therapie vastliepen. “Veel mensen zeiden: ik wil niet te veel ruimte innemen, want iemand anders heeft het erger,” vertelt Frederike. “We hebben ze steeds gestimuleerd om die ruimte wel te nemen. Als behandelaren zorgen wij voor de verdeling.”

Niet je hand opsteken is dan geen praktisch probleem dat snel moet worden opgelost, maar een kans om te oefenen met wat iemand juist zo moeilijk vindt.

Veiligheid vraagt om actieve begeleiding

Er gebeurt veel in zo’n groep, en dat vraagt om alerte begeleiding. “Je moet steeds kijken: hoe reageren mensen, welke patronen worden geraakt en waar moeten we op inhaken?” zegt Frederike. Daarom staan er bij voorkeur twee behandelaren voor de groep: terwijl de een een oefening leidt, houdt de ander de reacties en onderlinge dynamiek in de gaten. Zo krijgen ook subtiele signalen aandacht: iemand die stilvalt, geraakt wordt of zich juist afsluit.

De openheid die nodig is om te kunnen oefenen, ontstaat bovendien niet vanzelf. Behandelaren maken duidelijke afspraken over vertrouwelijkheid en respect, bewaken dat iedereen voldoende aan bod komt en grijpen in wanneer een reactie niet helpt. “Mensen geven elkaar vaak heel waardevolle adviezen,” zegt Frederike. “Maar soms zegt iemand iets waarvan wij denken: dit helpt de ander nu niet verder. Dan moet je daar als behandelaar meteen op inhaken.”

Een veilige groep betekent overigens niet dat er geen spanning mag ontstaan. Ongemakkelijke momenten kunnen iets zichtbaar maken over de patronen van deelnemers. Het is aan de behandelaar om te beoordelen wanneer zo’n moment ruimte mag krijgen en wanneer begrenzing nodig is.

Weerstand betekent niet dat een groep niet past

Ook de selectie van deelnemers vraagt om zorgvuldigheid. Behandelaren kijken onder meer naar de ernst van de klachten, het dagelijks functioneren en de mogelijkheid om actief aan het groepsproces deel te nemen. Niet iedere cliënt is op ieder moment gebaat bij een groep.

Tegelijkertijd betekent aanvankelijke terughoudendheid niet dat een groep niet passend is. Soms raakt de weerstand juist aan het patroon waarvoor iemand hulp zoekt: durf ik mezelf te laten zien en erop te vertrouwen dat anderen mij niet afwijzen?

Een deelnemer aan de pilot twijfelde na een paar bijeenkomsten of ze wilde doorgaan; ze vond het moeilijk om persoonlijke ervaringen te delen. Frederike luisterde naar haar twijfels, maar moedigde haar ook aan om meer ruimte in te nemen. De deelnemer besloot te blijven en werd steeds actiever. Achteraf vertelde ze dat deze behandeling haar meer had gebracht dan al haar eerdere individuele therapieën.

Niet beter, wel wezenlijk anders

Groepstherapie en individuele therapie hoeven niet tegenover elkaar te staan. Een individueel gesprek biedt veel ruimte voor het persoonlijke verhaal en de relatie met de behandelaar. De groep voegt daar iets aan toe: anderen die herkennen, spiegelen, anders reageren dan verwacht en samen oefenen. Groepsbehandeling is daarmee meer dan een efficiënte manier om meerdere cliënten tegelijk te helpen. De aanwezigheid van anderen verandert de behandeling zelf.

“Je ziet de verbinding tussen groepsleden ontstaan en merkt hoeveel mensen voor elkaar kunnen betekenen. Ik heb echt de kracht van zo’n groep gezien.”

OpenPractice.nl is een initiatief van iPractice B.V. (iPractice). De gepubliceerde artikelen, webinars en andere content zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en professionele inspiratie voor zorgprofessionals. De content op OpenPractice.nl is niet bedoeld als vervanging voor professioneel klinisch oordeel, diagnose of behandeling. Niets op dit platform mag worden opgevat als individueel behandeladvies. Lees hier meer.