In de praktijk

Deliberate practice: oefenen doe je niet in de behandelkamer

Vijftig jaar aan nieuwe behandelmethoden, en toch is psychotherapie in die tijd niet aantoonbaar effectiever geworden. Wie beter wil worden als behandelaar, moet het volgens klinisch psycholoog Simone das Dores daarom niet alleen zoeken in de volgende techniek, maar vooral in de manier waarop we oefenen. Of beter gezegd: in het feit dat we dat nog maar weinig doen. “Als je steeds op dezelfde manier werkt, verandert er niets. Dan zie je wel cliënten, maar word je niet vanzelf een betere behandelaar.”

Ervaring alleen maakt je niet beter

Werkervaring leidt niet vanzelf tot meer vakmanschap. Dat geldt voor ieder beroep: wie vooral op routine werkt en geen gerichte feedback krijgt, wordt niet automatisch beter. Juist aan die vorm van leren ontbreekt het volgens Simone nog te vaak binnen de psychologie. “De afgelopen vijftig jaar zijn we als vak niet effectiever geworden.”

Dat betekent niet dat bijscholing en nieuwe kennis geen waarde hebben. Maar kennis vergaren is iets anders dan een vaardigheid trainen. Duizend behandeluren maken is nog geen duizend uur bewust oefenen. Simone vergelijkt het met muziek en topsport. “Een pianist wordt niet beter door steeds een heel concert voor publiek te spelen. Die oefent juist dat ene moeilijke stukje, keer op keer en met directe feedback. Dat doen we als psychologen nog maar weinig.”

In de behandelkamer speel je als het ware telkens het hele concert: een gesprek van drie kwartier waarin je direct moet handelen en veel tegelijk gebeurt. Maar juist het moment waarop het lastig werd, wordt daarna zelden afzonderlijk geoefend. En precies daar ligt volgens Simone de ruimte om beter te worden.

Reflecteren is geen oefenen

Binnen de psychologie wordt natuurlijk wel degelijk gewerkt aan professionele ontwikkeling. Intervisie, supervisie en nascholing horen allemaal bij het vak. In de praktijk komt dat alleen vaak neer op praten over behandelingen. Dat is waardevol, vindt Simone, maar het is iets anders dan de vaardigheid zelf trainen.

Deliberate Practice kiest voor een andere leerstrategie. De methode komt voort uit onderzoek van psycholoog Anders Ericsson en zijn collega’s naar de manier waarop experts, onder wie musici, hun vaardigheden ontwikkelen. De cyclus is eenvoudig: je observeert waar het hapert en kiest één klein, concreet leerdoel. Vervolgens oefen je die specifieke vaardigheid, vraag je directe feedback en herhaal je de oefening meerdere keren. Net zolang tot je het in de vingers hebt. Pas daarna ga je verder met een volgende vaardigheid.

Er zijn aanwijzingen dat deze aanpak werkt. In een onderzoek werd een groep therapeuten getraind met Deliberate Practice en kreeg een andere groep klassieke, reflectieve supervisie. De Deliberate Practice-groep presteerde beter, maar voelde zich achteraf juist minder bekwaam. Dat is niet zo vreemd: wie gericht oefent, wordt voortdurend geconfronteerd met wat nog niet vanzelf gaat. Dat gevoel zegt dus niet per se iets over hoe goed je bent, maar wel over hoe serieus je aan het leren bent.

“Je wilt moeilijke gesprekken niet voor het eerst voeren met een cliënt. Je wilt ermee geoefend hebben én jezelf daarin steeds verder blijven ontwikkelen.”

Gericht oefenen op wat beter kan

In de praktijk is deliberate practice geen nabespreking van een volledige sessie, maar een kort rollenspel rond één lastig moment. De supervisor speelt de cliënt en de behandelaar oefent zijn of haar reactie. Vind je het bijvoorbeeld moeilijk om empathisch aan te sluiten bij passieve, sombere cliënten? Dan zakt de supervisor onderuit en zegt: “Ja, ik weet het niet. Het huiswerk is weer niet gelukt.”

“Schiet de behandelaar vervolgens meteen in de oplossing, bijvoorbeeld met: ‘Wat naar. Heb je al geprobeerd een alarm te zetten om jezelf eraan te herinneren?’, dan zeg ik: je gaat heel snel naar de oplossing. Probeer eerst eens alleen empathisch aan te sluiten,” legt Simone uit. “Daarna doen we precies hetzelfde stukje opnieuw. En nog een keer. Tot het klopt.”

Of een geoefende reactie daadwerkelijk werkt, blijkt uiteindelijk in het contact met de cliënt. Welk moment of welke vaardigheid je moet oefenen, hoef je bovendien niet alleen op gevoel te bepalen. Vragenlijsten en uitkomstdata kunnen zichtbaar maken waar ruimte voor verbetering zit.

“Zie je bijvoorbeeld dat cliënten steeds afhaken na de eerste zitting? Neem dan een intake op. Misschien ontdek je dat je weinig hoop geeft of niet goed uitlegt wat jullie gaan doen. Precies die vaardigheid kun je vervolgens oefenen.”

Zo sluit deliberate practice aan op ROM en feedback-informed treatment. Meten helpt zichtbaar te maken wát er beter kan, deliberate practice biedt een manier om gericht te oefenen hóé je dat doet.

Waarom bijna niemand het doet

Als deliberate practice zoveel kan opleveren, waarom is het dan nog geen standaardonderdeel van het vak? Niet omdat psychologen het nut er niet van inzien, denkt Simone, maar omdat deze manier van leren spannend is en tijd kost. Je laat een video van jezelf zien, moet ter plekke reageren in een rollenspel en krijgt soms vijf keer feedback op dezelfde twee zinnen. Daarmee maak je zichtbaar wat nog niet vanzelf gaat. Dat vraagt niet alleen tijd, maar ook een omgeving waarin je wordt uitgenodigd om te laten zien wat je nog niet beheerst.

Simone ziet daarin een parallel met exposure. “We vragen cliënten voortdurend om dingen te doen die ze spannend vinden. Maar als behandelaars vermijden we het soms zelf ook om uit onze comfortzone te stappen.” Zeker wanneer de omgeving dat oefenen niet actief stimuleert, is het verleidelijk om het ongemak uit de weg te gaan.

Veiligheid is daarom geen bijzaak, maar een voorwaarde. Een goede supervisor houdt het spanningsniveau in de gaten, past de moeilijkheid van de oefening aan en zorgt voor een warme, uitnodigende sfeer. Juist omdat je iemand vraagt iets te doen wat moeilijk is. “Als het niet lukt, zeg ik: daar ben ik juist blij mee, want dit is precies waar ik je toe uitnodig.” Vervolgens stel je de oefening bij en blijf je zoeken naar een vorm die uitdagend, maar wel haalbaar is.

“Je blijft oefenen totdat iemand voelt: nu heb ik dit in de vingers.”

Zelfregulatie als vaardigheid

Een mogelijk misverstand over deliberate practice is dat het therapie verandert in een trucje en behandelaren leert om ingestudeerde zinnen op te dreunen. Die zorg is begrijpelijk, maar volgens Simone niet terecht. Aanvankelijk werd een vloeiende, soepel geformuleerde reactie gezien als een mogelijk kenmerk van goed therapeutisch handelen. Dat bleek niet per definitie zo te zijn: een reactie die moeiteloos klinkt, hoeft nog niet als oprecht of menselijk te worden ervaren. “Oefenen gaat soms juist over jezelf toestaan om naar woorden te zoeken, of om minder te zeggen. Over erbij durven blijven. Zuchten.”

Deliberate practice draait daarom niet om het formuleren van de perfecte reactie. Het gaat nadrukkelijk ook over wat Tony Rousmaniere, een van de grondleggers van deliberate practice binnen de psychotherapie, inner skills noemt: jezelf kunnen reguleren wanneer de spanning oploopt. “Als er iemand tegenover je zit die ernstig suïcidaal is, kan het moeilijk zijn om rustig te blijven. Het risico is dat je uit contact raakt en in de protocolstand schiet. Dat is heel logisch, maar niet de beste reactie.” Ook dat kun je trainen: opmerken wat een ontregelende situatie met je doet, jezelf weer tot rust brengen en het contact met de cliënt hervinden.

Wat gericht oefenen mogelijk maakt

Bij iPractice, de ggz-organisatie waar Simone werkt, krijgt deliberate practice een vaste plek. Psychologen leren vanaf de onboarding hoe ze ermee kunnen werken en ook aan kennissessies wordt standaard een oefenonderdeel gekoppeld. Zo kunnen behandelaars zich voorbereiden op situaties die zij lastig vinden en oefenen met vaardigheden waarin zij zich verder willen ontwikkelen. “Ik merk dat mijn supervisanten daarna met meer vertrouwen de behandelkamer ingaan. Ze voelen: ik durf dit gesprek aan, want ik heb het geoefend en de woorden al eens uitgesproken.”

Zo zag een psycholoog op tegen het terugkoppelen van een beladen diagnose uit een persoonlijkheidsonderzoek. Ze was bang voor de reactie van haar cliënt. Na het gesprek vooraf te hebben geoefend, voelde ze zich beter voorbereid. De cliënt reageerde inderdaad boos, zoals ze al had verwacht, maar de psycholoog kon die reactie beter hanteren en de emotie zakte weer.

Een andere behandelaar oefende hoe zij op een empathische manier structuur kon terugbrengen in een gesprek met een cliënt die steeds afdwaalde. Toen ze een opname van het volgende gesprek meenam, was er volgens Simone duidelijk verschil te zien.

Ook Simone oefende met haar eigen supervisor. Het hielp haar onder meer om minder woorden te gebruiken, meer te vertragen en beter stil te staan bij de vraag: “What’s in it for them?”

Zelf beginnen met Deliberate Practice

Wie zelf met deliberate practice aan de slag wil, hoeft niet meteen een uitgebreid traject te volgen. Op de website van de International Deliberate Practice Society staan oefenvideo’s waarin een acteur een lastige cliëntsituatie naspeelt. Je kunt de video pauzeren, je eigen reactie inspreken en die vervolgens terugluisteren. “Vaak kun je jezelf al waardevolle feedback geven,” zegt Simone. “Daarna probeer je het opnieuw, totdat je denkt: dit klinkt beter. Vervolgens kun je ook een collega die je vertrouwt om feedback vragen.”

Wie liever onder begeleiding oefent, kan een cursus volgen. iPractice start in het najaar met een cursus deliberate practice die ook toegankelijk is voor psychologen van buiten de organisatie.

Uiteindelijk gaat deliberate practice volgens Simone niet om het vinden van de perfecte zin. Het draait om iets waar ze zich al langer voor inzet: de therapeutische relatie. “Het gaat niet alleen om wat je zegt. Het gaat ook om hoe je jezelf reguleert wanneer de emoties oplopen en hoe je in contact blijft met de cliënt.”

Simone das Dores is klinisch psycholoog en supervisor op het gebied van deliberate practice. Meer informatie en oefenmateriaal is te vinden via de International Deliberate Practice Society.

OpenPractice.nl is een initiatief van iPractice B.V. (iPractice). De gepubliceerde artikelen, webinars en andere content zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en professionele inspiratie voor zorgprofessionals. De content op OpenPractice.nl is niet bedoeld als vervanging voor professioneel klinisch oordeel, diagnose of behandeling. Niets op dit platform mag worden opgevat als individueel behandeladvies. Lees hier meer.