Na vijf jaar in de palliatieve zorg was voor GZ-psycholoog Josien de rek eruit. In het ziekenhuis begeleidde ze gezinnen waarin een ouder ongeneeslijk ziek was. Intensieve trajecten, vaak over langere tijd, met een uitkomst die altijd vaststond. “Je loopt echt een stuk met mensen mee, maar je weet ook waar het eindigt,” zegt ze. “Op een gegeven moment merkte ik dat ik daar minder veerkracht voor had.”
In haar nieuwe baan vond ze een andere manier van werken. Sinds november werkt ze hulpvraaggericht en daar ervaart Josien dat ze met een kortdurende behandeling heel veel effect kan bereiken. Geen langdurige begeleiding, maar kortdurende trajecten waarin de focus ligt op wat iemand nodig heeft om weer verder te kunnen. “Ik hoef niet de hele weg mee te lopen om iemand echt verder te helpen.”
Van jarenlang naast iemand staan naar tijdelijke gids
De overstap naar tijdgebonden werken vroeg om een fundamentele verschuiving in haar professionele houding. In haar vorige werk was ze de stabiele factor in een onomkeerbaar proces. Nu is haar rol juist tijdelijk en activerend. “Je bent er even, en daarna moet iemand het weer zelf doen,” legt ze uit. Dat betekent ook anders kijken naar wat ‘helpen’ is. Niet alles hoeft opgelost te zijn voordat iemand verder kan. “Ik ben nog steeds verrast dat mensen soms na een paar gesprekken al zeggen: dit is genoeg, ik kan weer verder”.
Ruimte voor eigen regie vanaf de start
Deze visie vertaalt Josien direct naar de inrichting van haar behandelingen. Hoewel een traject vaak meer ruimte biedt, kiest ze er bewust voor om aan het begin niet direct alle sessies vast te leggen. “Ik zeg vaak: we beginnen met vijf gesprekken en dan kijken we waar we staan,” legt ze uit. Dat is een bewuste psychologische keuze. Wanneer cliënten horen dat er acht sessies beschikbaar zijn, ontstaat soms de onbewuste neiging om die tijd ‘vol’ te maken, ook als dat voor herstel niet nodig is. Door de focus direct op de korte termijn te leggen, blijft de motivatie hoog om zelf aan de slag te gaan.
Verdragen in plaats van vermijden
In haar sessies werkt Josien veel met Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Daarbij ligt de focus niet op het wegnemen van klachten, maar op hoe iemand ermee omgaat. Wat ze vaak terugziet, is hetzelfde patroon: mensen proberen ongemak te controleren door er juist meer grip op te willen krijgen of het te vermijden. Ze gaan meer analyseren, meer voorbereiden, meer hun best doen. “Maar dat kost bakken met energie en maakt het probleem meestal groter,” zegt ze.
In de gesprekken onderzoekt ze wat er gebeurt als iemand dat patroon doorbreekt. Als je het gevoel niet oplost, maar er ruimte voor maakt. Dat kan er bijvoorbeeld zo uitzien: iemand die zich onzeker voelt op werk en alles tot in de puntjes voorbereidt. “Dan kijken we: wat gebeurt er als je dat een keer niet doet, maar het ongemak er gewoon laat zijn?”
De winst zit niet in het laten verdwijnen van de klacht, maar in de ervaring dat je die kunt verdragen terwijl je toch doet wat belangrijk voor je is.
“Je hoeft niet alles weg te nemen om iemand te helpen, soms is het genoeg dat iemand het weer aandurft.”
Data als kompas
Josien gebruikt ROM-metingen om zicht te krijgen op de voortgang. Dat zijn vragenlijsten die cliënten tijdens de behandeling invullen over hun klachten en welzijn. “Als een score onder de drempelwaarde van 54 zakt, bespreek ik dat meteen,” zegt ze. Ze maakt het concreet: “Ik laat zien: je score ligt nu rond het gemiddelde van de Nederlandse bevolking. Dat helpt mensen vaak om te zien: ik kan weer verder.”
Tegelijkertijd kijkt ze niet alleen naar klachten, maar juist ook naar welbevinden. “Je ziet soms dat klachten nog aanwezig zijn, terwijl iemands welbevinden al duidelijk vooruitgaat,” zegt ze. “Dat zegt minstens zoveel over herstel.” Dat zie je bijvoorbeeld wanneer iemand nog angstklachten heeft, maar weer naar werk gaat, sociale afspraken maakt of meer rust ervaart in het dagelijks leven. De klachten zijn er nog, maar ze bepalen minder sterk hoe iemand leeft.
Data is voor haar dan ook geen eindpunt, maar een hulpmiddel in het gesprek. “Het zegt iets, maar niet alles,” zegt ze. “Uiteindelijk gaat het erom wat iemand doet buiten de spreekkamer.”
Wanneer is het genoeg?
Voor Josien is het antwoord op die vraag veranderd sinds ze tijdgebonden werkt. “Het is genoeg als iemand weer beweging voelt,” zegt ze. Dat betekent niet dat klachten verdwenen zijn, maar dat iemand er anders mee omgaat. Dat iemand weer stappen zet, ook als het nog schuurt of spannend blijft.
“Je hoeft niet alles weg te nemen om iemand te helpen,” zegt ze. “Soms is het genoeg dat iemand het weer aandurft.”
OpenPractice.nl is een initiatief van iPractice B.V. (iPractice). De gepubliceerde artikelen, webinars en andere content zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en professionele inspiratie voor zorgprofessionals. De content op OpenPractice.nl is niet bedoeld als vervanging voor professioneel klinisch oordeel, diagnose of behandeling. Niets op dit platform mag worden opgevat als individueel behandeladvies. Lees hier meer.