In de praktijk

ROM als kompas in de behandeling

De bijdrage van routine outcome monitoring aan de dialoog in de behandelkamer 

Tijdens een evaluatiesessie ziet gz-psycholoog Keri Mans iets onverwachts in de ROM-scores van een cliënt. Keri is werkzaam bij iPractice, een innovatieve aanbieder van mentale zorg. De somberheid van de cliënt is duidelijk afgenomen, maar de boosheid blijkt juist te zijn toegenomen. “Daar hadden we het in de behandeling nog nauwelijks over gehad,” zegt Keri.

Wanneer ze de scores samen bespreken, ontstaat er een heel ander gesprek. De cliënt herkent de boosheid en merkt dat er ruimte begint te komen voor gevoelens over gebeurtenissen uit het verleden. Keri: “Zonder die meting en het gesprek daarover hadden we dat waarschijnlijk minder snel gezien. Het gaf een nieuwe opening in de behandeling.”

Wat ROM zichtbaar maakt in de behandelkamer

Bij Routine Outcome Monitoring (ROM) vullen cliënten op verschillende momenten tijdens hun behandeling vragenlijsten in over hun klachten en welzijn. Hoewel ‘ROMmen’ in de Nederlandse ggz kan worden geassocieerd met verplichte registratie, is de werkelijke waarde van deze informatie groot. Als ROM data actief wordt ingezet om samen met de cliënt de voortgang in de behandeling te evalueren en bij te sturen, spreken we van Feedback Informed Treatment (FIT) – in de wetenschappelijke literatuur ook wel aangeduid als Progress Feedback (PF) of Measurement Based Care (MBC) [4]. 

Volgens Keri zit de grootste waarde in het bespreken van de uitkomsten met de cliënt en helpen de data om:

  • Richting te geven: cijfers kunnen laten zien waar iets verandert, waar het stagneert of waar iets onverwachts gebeurt;
  • Expliciet te maken: data kan een gevoel bevestigen, of juist blinde vlekken tonen;
  • Samen te onderzoeken: data bieden een opening door de vraag te stellen: “Wat zien we en wat betekent dit voor het vervolg?”.

Waarom meten werkt: de cijfers op een rij

Een grootschalige meta-analyse, waarin de resultaten van 58 gecontroleerde studies, en daarmee van ruim 21.000 patiënten, zijn samengebracht, bevestigt wat Keri en haar collega’s in de praktijk ervaren: structureel meten en het actief bespreken van deze metingen verbetert de kwaliteit van zorg [1]. Wetenschappers zien drie duidelijke voordelen:

  • Beter resultaat: Gebruik van voortgangsdata draagt bij aan het adresseren van de juiste onderwerpen in de therapiesessies.
  • Minder uitval: De verandering is zichtbaar voor cliënten, wat motiveert om de behandeling voort te zetten. Het uitvalpercentage daalt gemiddeld van 25% naar 21%. De therapie blijft simpelweg beter aansluiten bij wat de cliënt op dat moment nodig heeft [1].
  • Groter succes: Gemiddeld genomen leidt het gebruik van feedback tot een 8% hoger succespercentage (success rate difference) vergeleken met behandelingen waarin dit niet gebeurt [2].

Extra hulp als het even tegenzit

Juist aan cliënten die minder snel vooruitgaan dan verwacht (de zogenoemde ‘not on track’-cliënten), biedt deze methode de grootste meerwaarde [2]. Dit komt omdat behandelaren soms een blinde vlek hebben voor cliënten die stagneren of ongemerkt achteruitgaan. Therapeuten neigen tot overschatting van het behandeleffect, ook wel de self-assessment bias genoemd. ROM en feedback bieden ondersteuning in het onderbouwen van het klinische oordeel en het attenderen op mogelijke blinde vlekken; waarmee deze stagnerende groep toch eerder gesignaleerd wordt en er nog bijgestuurd kan worden.

Het onderzoek van Barkham en collega’s laat zien dat het gebruik van een waarschuwingssysteem, zoals een grafiek die de werkelijke score afzet vergelijkt met een verwachte score, deze blinde vlek corrigeert [2]. Hierdoor kan een behandelaar veel sneller ingrijpen. Dit ‘sneller ingrijpen’ betekent in de praktijk dat de hulpvraag opnieuw wordt geëvalueerd en het behandelplan sneller kan worden bijgesteld, nog voordat de cliënt definitief vastloopt of uitvalt.

Uit de meta-analyses bleek dat het succes van een behandeling voor deze specifieke risicogroep steeg met maar liefst 20% tot 29% [2]. Een mooi neveneffect dat in het onderzoek werd aangetoond, is dat door dit objectieve hulpmiddel (de ‘clinical support tool’) ook de onderlinge verschillen in behandelresultaten tussen therapeuten minder groot worden [2].

“Door de data te bespreken met de cliënt, kun je samen betere keuzes maken in de behandeling. Niet op basis van aannames, maar op basis van data in combinatie met het verhaal van de cliënt.”

De ‘Implementation Gap’

Ondanks de bewezen voordelen, bestaat er een zogenoemde ‘implementation gap’: het verschil tussen wat werkt volgens de wetenschap en wat we daadwerkelijk in de praktijk doen. Internationaal onderzoek laat zien dat veel therapeuten de verzamelde data nog onvoldoende gebruiken; in sommige regio’s wordt de informatie in minder dan 15% van de behandelingen besproken met de cliënt [2].

De data zijn er dus wel, maar ze worden nog te vaak alleen gebruikt voor administratieve doeleinden. Hierdoor worden de voordelen van het verzamelen van uitkomst informatie onvoldoende herkend en zal het eerder als een last worden beschouwd, in plaats van een kans om de kwaliteit van behandelingen te verbeteren.

Om dit te doorbreken hebben verschillende aanbieders, waaronder iPractice, zich verenigd in een Lerend Netwerk (een collectief van ambulante ggz-instellingen). Binnen dit lerend netwerk werken aanbieders actief aan het verzamelen van metingen voorafgaand aan, tijdens en na afloop van behandelingen.

Technologie helpt hierbij om de administratieve last te drukken. Door vragenlijsten automatisch te versturen naar cliënten en resultaten direct visueel inzichtelijk te maken voor zowel de cliënt als de behandelaar, is het makkelijker de resultaten onderwerp van gesprek te maken in de therapiesessies. Op basis van de uitkomsten wordt vervolgens de behandelaanpak geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.

Inzichten uit het lerend netwerk

Dat het systematisch vergelijken van data werkt, blijkt uit een recente publicatie in het Tijdschrift voor Psychiatrie [3]. De vier deelnemende instellingen aan het lerend netwerk deelden geanonimiseerde uitkomstdata van behandeltrajecten om van elkaar te leren. De resultaten waren opvallend:

  • Doelgroep: De cliëntenpopulatie van de vier deelnemende zorginstellingen en de ernst van de klachten waren vergelijkbaar.
  • Hoge effectiviteit: In alle instellingen namen de klachten gedurende de behandeling fors af. De gemeten effectgroottes (de statistische maat voor de mate van herstel) varieerden van 1,01 tot 1,52. Omdat in de wetenschap elke score boven de 0,80 officieel als een ‘groot effect’ wordt gezien, vallen deze resultaten in de categorie ‘groot tot zeer groot’.
  • Behandelduur: De duur van de behandelingen (gemeten in minuten) varieerde daarentegen aanzienlijk tussen de vier instellingen, terwijl de uiteindelijke behandeluitkomsten niet wezenlijk van elkaar verschilden.
  • Efficiëntie: Het onderzoek bevestigt dat kortere, doelgerichte behandelingen hetzelfde effect kunnen hebben als langere behandeltrajecten.

De essentie: meten als dialoog

Uiteindelijk is de essentie van het gebruik van ROM volgens Keri het voeden van de therapeutische dialoog. Door consequent data te verzamelen en de uitkomsten te delen, kun je de behandeling beter laten aansluiten bij de hulpvraag van de cliënt — ook als die gaandeweg verandert. Het samen evalueren en bijsturen van de aanpak leidt uiteindelijk tot beter passende zorg, een grotere therapietrouw en efficiëntere behandeltrajecten.

Haar conclusie is dan ook: 

“Het meten van de voortgang, maakt het effect van interventies zichtbaar. Door de data te bespreken met de cliënt, kun je samen betere keuzes maken in de behandeling. Niet op basis van aannames, maar op basis van data in combinatie met het verhaal van de cliënt.”

Voetnoten / Bronnen in de tekst:

[1] De Jong, K., Conijn, J. M., Gallagher, R. A. V., Reshetnikova, A. S., Heij, M., & Lutz, M. C. (2021). Using progress feedback to improve outcomes and reduce drop-out, treatment duration, and deterioration: A multilevel meta-analysis. Clinical Psychology Review. 

[2] Barkham, M., De Jong, K., Delgadillo, J., & Lutz, W. (2023). Routine Outcome Monitoring (ROM) and Feedback: Research Review and Recommendations. Psychotherapy Research. 

[3] Merkx, M. J. M., Dumas, B., Seinen, A., Gramberg, N., Schwegler, N., Karthaus, V., Kakes, N., & Gorgels, K. M. F. (2026). Van meten naar verbeteren: een datagedreven lerend netwerk in de ambulante ggz. Tijdschrift voor Psychiatrie.

[4} De Jong, K., Delgadillo, J., & Barkham, M. (2023). Routine outcome monitoring and feedback in psychological therapies. McGraw-Hill Education (UK).

OpenPractice.nl is een initiatief van iPractice B.V. (iPractice). De gepubliceerde artikelen, webinars en andere content zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en professionele inspiratie voor zorgprofessionals. De content op OpenPractice.nl is niet bedoeld als vervanging voor professioneel klinisch oordeel, diagnose of behandeling. Niets op dit platform mag worden opgevat als individueel behandeladvies. Lees hier meer.