In de praktijk

Volgens GZ-psycholoog Jacqueline kijken we te weinig naar de context waarin klachten blijven bestaan

“We vragen naar alcoholgebruik, maar niet naar inname van energydrinks. We vragen naar gedachten, maar niet naar hoe iemand zijn dag doorbrengt.” Volgens GZ-psycholoog Jacqueline kijken we in de ggz nog te vaak naar psychische klachten als een op zichzelf staand probleem. Natuurlijk spelen gedachten en patronen een rol, maar hoe iemand leeft, slaapt, beweegt en eet, krijgt volgens haar lang niet altijd de aandacht die het verdient.

Een van de cliënten die Jacqueline behandelde voor ernstige angstklachten, liep ondanks een vlekkeloos therapietraject volledig vast. De behandelprotocollen werden netjes gevolgd, maar de angst bleef hardnekkig aanwezig. Tot Jacqueline een simpele vraag stelde die nog niet eerder was gesteld: hoeveel energiedranken drink je eigenlijk op een dag? De cliënt bleek grote hoeveelheden te drinken. 

Op haar advies stopte hij met de inname, waarna zijn angstklachten aanzienlijk afnamen. “Sindsdien vraag ik standaard naar gebruik van verschillende middelen”, vertelt ze. “Alles wat je in je lijf stopt of ermee doet, heeft invloed op hoe je je voelt. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk handelen we er nog lang niet altijd naar.”

Het voorbeeld staat niet op zichzelf. Volgens Jacqueline zijn psychologen gewend om diep in gedachten en patronen te duiken, maar kunnen de alledaagse vragen blijven liggen. “Er zijn nog maar weinig ggz-organisaties die leefstijl echt op de kaart hebben staan. We vragen standaard naar alcohol en drugs, maar beweging, slaap of schermgebruik komen vaak pas ter sprake als een cliënt er zelf over begint.”

Wat je niet uitvraagt, hoor je niet

Jacqueline werkt kortdurend en transdiagnostisch. In de praktijk ziet ze regelmatig dat psychische klachten te maken hebben met hoe iemands dag eruitziet. Zo spreekt ze cliënten met ernstige depressieve klachten die bij doorvragen een schermtijd van twaalf tot dertien uur per dag blijken te hebben. “Dan vind ik het belangrijk om daar samen naar te kijken. Als je zoveel uur per dag achter een scherm zit, blijft er weinig ruimte over voor beweging, sociaal contact, daglicht of herstel. Dat betekent niet dat schermtijd de enige oorzaak is, maar het kan wel bijdragen aan het in stand houden ervan.”

Volgens Jacqueline blijven dit soort factoren vaak onzichtbaar zolang je er niet expliciet naar vraagt. “Daarom vraag ik vaak hoe een gemiddelde dag eruit ziet, van opstaan tot naar bed gaan. Dan geeft veel inzicht. Je ziet hoeveel iemand beweegt, hoeveel structuur iemand gedurende de dag heeft en in welke mate iemand voor zichzelf zorgt.”

“Je wilt absoluut niet de indruk wekken dat een rondje wandelen de oplossing is voor alle problemen. Zo simpel is het niet.” 

De dunne grens tussen advies en bagatelliseren

Leefstijl bespreekbaar maken mag volgens Jacqueline nooit voelen als een simplistische oplossing voor complexe klachten. “Je wilt absoluut niet de indruk wekken dat een rondje wandelen de oplossing is voor alle problemen. Zo simpel is het niet.” 

Tegelijkertijd ziet ze dat kleine fysieke veranderingen soms een groot psychologisch effect kunnen hebben, mits ze op het juiste moment worden ingezet. Ze denkt bijvoorbeeld terug aan een cliënt die voortdurend haar leegte probeerde op te vullen met destructieve relaties. “Voordat ze überhaupt kon voelen wat ze zelf nodig had, zocht ze steeds afleiding. Wat haar uiteindelijk hielp, was vertragen: meer rust, in de vorm van mindfulness en yoga. Dat gaf in het begin juist veel onrust; daar moet je mensen soms doorheen begeleiden. Maar vanuit die vertraging ontstond het inzicht waardoor ze uiteindelijk haar ongezonde relatie kon beëindigen. Dat had ik met alleen praten nooit bereikt.”

Pijn hoort bij het leven. Lijden niet per se.

De rode draad in Jacquelines manier van werken komt uit ACT (Acceptance and Commitment Therapy). Vooral het onderscheid tussen pijn en lijden speelt daarin een grote rol. “Pijn is wat er feitelijk gebeurt. Lijden ontstaat door alles wat we daar vervolgens over denken, vrezen en voorspellen.”

Volgens Jacqueline is het niet de taak van een behandelaar om alle pijn uit het leven van cliënten weg te nemen. “Ons werk is niet om elk ongemak, elke pijn, op te lossen, maar om onnodig lijden te verminderen. En dat begint met leren zien dat gedachten niet altijd de waarheid vertellen.” Om dat uit te leggen gebruikt ze regelmatig een metafoor die cliënten goed onthouden:

“Ik zeg weleens: gedachten zijn eigenlijk gewoon scheten van je hersenen. Je brein is een fysiek orgaan. Het verwerkt alles wat je hebt meegemaakt en produceert daar gedachten bij. Net zoals je darmen meer scheten produceren als je bonen eet, produceert je brein automatische gedachten als je iets meemaakt. Het zijn geen feiten, het is gewoon output.”

Waar traditionele cognitieve gedragstherapie vaak inzet op het inhoudelijk uitdagen van gedachten, kiest Jacqueline vaker voor afstand. “Als je een emotioneel probleem probeert op te lossen met de inhoud van je gedachten, loop je vaak vast. Dat moet je met je lijf, je intuïtie gedrag oplossen. Je moet bereid zijn om dingen anders te doen dan daarvoor, ook als dit ongemak veroorzaakt”

Wat je morgen al anders kunt doen

Volgens Jacqueline hoeven psychologen geen leefstijlcoach of diëtist te worden om een wezenlijk verschil te maken. Ze deelt drie direct toepasbare stappen:

  • Vraag naar de alledaagse routine: “Vraag simpelweg: ‘Hoe ziet een gemiddelde dag er bij jou uit: van opstaan tot slapengaan?’ Je hoort direct hoeveel iemand beweegt, (gezond) eet en welke structuur er in iemands dag zit.”
  • Breid de biologische anamnese uit: We vragen standaard naar alcohol. Maak er een routine van om ook cafeïne, energiedrankjes, slaap en beeldschermgebruik te bevragen.
  • Durf extern door te verwijzen: “Je hoeft niet alles zelf op te lossen. Als de psychologische klacht onder controle is, maar de fysieke leefstijl blijft de cliënt blokkeren, verwijs dan via de huisarts door naar een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI). Daar zijn gespecialiseerde therapeuten en potjes voor. Mentale zorg en leefstijl horen hand in hand te gaan.”

“Ik hoop dat we in de ggz steeds meer durven te kijken naar de mens achter de diagnose en naar de context waarin klachten blijven bestaan.”

De cliënt blijft de expert

Uiteindelijk draait deze manier van werken om diep vertrouwen in de cliënt. “De cliënt is de expert van zichzelf, daar ben ik heilig van overtuigd.” Mensen nemen uit een behandeling uiteindelijk alleen mee wat bij hen past.”

Therapie draait volgens haar dan ook niet om het creëren van een perfect leven. “Het gaat erom dat iemand een persoonlijke handleiding ontwikkelt voor zijn eigen leven. Ik hoop dat we in de ggz steeds meer durven te kijken naar de mens achter de diagnose en naar de context waarin klachten blijven bestaan. En dat begint vaak met een heel simpele vraag: hoe ziet jouw dag er eigenlijk uit?”

OpenPractice.nl is een initiatief van iPractice B.V. (iPractice). De gepubliceerde artikelen, webinars en andere content zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en professionele inspiratie voor zorgprofessionals. De content op OpenPractice.nl is niet bedoeld als vervanging voor professioneel klinisch oordeel, diagnose of behandeling. Niets op dit platform mag worden opgevat als individueel behandeladvies. Lees hier meer.