Tussen mens en behandelaar

Volgens psycholoog Annet begint goede zorg bij twijfel

Psychologen worden vaak gezien als degenen die de antwoorden hebben. Die patronen duiden, richting geven en precies weten wat helpend is. Maar wat gebeurt er als je die zekerheid loslaat? Voor psycholoog Annet begint goede zorg juist bij het ‘niet-weten’. In dit artikel deelt ze hoe ze twijfel inzet als bewuste methodiek om scherp te blijven, waarom vertragen vaak effectiever is dan versnellen, en hoe ze de grens bewaakt tussen professionele betrokkenheid en persoonlijke overbelasting.

Annet werkt ruim twee jaar als behandelend psycholoog. In haar praktijk merkt ze dat het vak minder gaat over het hebben van pasklare antwoorden en meer over de vraag: wanneer grijp je in en wanneer laat je iets juist bestaan? Voor haar is twijfel geen gebrek aan ervaring, maar een essentieel instrument om zorgvuldig te blijven kijken.

Herkennen is niet hetzelfde als begrijpen

“In dit werk zie je veel terugkerende patronen,” vertelt Annet. “Angst, perfectionisme, hoge verwachtingen. Op een gegeven moment herken je dingen snel.” En precies daar schuilt het gevaar. “Zodra je denkt: dit ken ik, verslapt de aandacht.”

In een kortdurende behandeling is die snelle herkenning verleidelijk. Je wilt richting, beweging en vooruitgang. Maar volgens Annet begint het vak juist bij het afremmen. “Ik moet mezelf voortdurend afvragen: klopt wat ik denk wel? Of vul ik iets in voor de ander?”

Voor haar zit daar het cruciale verschil tussen onzekerheid en professionele twijfel. “Als je twijfelt omdat je bang bent dat je het niet goed doet, werkt dat verlammend. Maar als je twijfelt omdat je écht wilt begrijpen wat iemand bedoelt, blijf je open.” Twijfel voorkomt dat herkenning te snel verandert in een onterechte zekerheid.

De kracht van het niet-weten

Er zijn momenten waarop ze het simpelweg niet weet. “Dan zit je in een gesprek en denk je: ik weet even niet wat hier helpend is.” Waar ze dat vroeger misschien had geprobeerd te maskeren, spreekt ze het nu uit. Ze geeft aan dat ze erover wil nadenken of dat ze eerst wil overleggen met een collega.

“Als ik rustig kan zeggen: ‘ik weet het nog niet’, blijft de situatie veilig.”

“Ik merk dat cliënten dat juist waarderen. Het laat zien dat je hen serieus neemt.” Voor Annet is die authenticiteit essentieel. “Hoe je bent als persoon is minstens zo belangrijk als de techniek die je inzet. Als ik in paniek raak omdat ik iets niet weet, voelt een cliënt dat direct.” Niet-weten creëert ruimte, ook al is die ruimte niet altijd comfortabel.

De valkuil van het ‘gouden ei’

Toch is het laten bestaan van die ruimte niet vanzelfsprekend. Juist wanneer een gesprek stilvalt of blijft cirkelen, voelt Annet de neiging om in te grijpen. “Dan denk ik: er moet iets gebeuren. Misschien heb ik het gouden ei nog niet gevonden.”

Zeker binnen een kortdurend traject voelt de druk om resultaat te boeken soms zwaar. Als een duidelijke verschuiving uitblijft, merkt ze dat ze actiever wordt. Ze stelt extra vragen, probeert een nieuwe invalshoek, zoekt naar dat ene inzicht dat het verschil maakt. Tot ze voelt dat ze harder werkt dan de cliënt.

“Dat is meestal geen goed teken,” reflecteert ze. “Als ik te hard zoek, neem ik het proces over. Dan wordt het mijn traject in plaats van dat van de cliënt.” De kunst is om de stilte te verdragen. “Als je ruimte laat, komt er vaak iets anders naar boven. Misschien niet meteen, maar het komt wel van henzelf.”

Twijfel als grens in de behandeling

Diezelfde neiging om te ‘fixen’ kan ertoe leiden dat ze een traject soms te lang op dezelfde voet doorzet. “Soms blijf ik trekken. Dan denk ik: het ligt aan mij dat er nog geen beweging is.” Op zulke momenten trekt ze de volledige verantwoordelijkheid voor het succes van de behandeling naar zich toe.

Hier helpt de twijfel haar om weer professionele afstand te nemen: is dit nog wel mijn taak? “Je bent niet verantwoordelijk voor alles wat iemand meemaakt of voor hoe snel iemand herstelt. Dat weet ik rationeel wel, maar in de dynamiek van een gesprek gedraag ik me er soms toch naar.”

Ze leert die grens nu ook fysiek herkennen tijdens haar werkdag. “Als ik aan het einde van de dag voel dat ik echt ‘op’ ben, is dat een signaal. Het betekent vaak dat ik te hard heb gewerkt en te weinig ruimte heb gelaten voor de twijfel of de reflectie. Betrokken zijn betekent niet de regie overnemen; het betekent samen zoeken, ook als het antwoord er nog niet is.”

Wat het vak vraagt

Het vak heeft Annet veranderd. “Vrienden zeggen dat ik rustiger ben geworden.” Ze voelt minder drang om zaken direct op te lossen of te begrijpen. “Je leert dat niet alles maakbaar is. Dat is soms frustrerend, maar vooral bevrijdend.”

Haar belangrijkste les? Niet sneller willen weten, niet harder werken, maar scherp blijven. Juist wanneer het verleidelijk is om voor de makkelijke zekerheid te kiezen, kiest Annet voor de twijfel. Juist door niet te doen alsof ze alle antwoorden heeft, ontstaat er ruimte voor wat de cliënt werkelijk nodig heeft. Zo is twijfel voor haar geen zwakte, maar een essentieel kompas.

OpenPractice.nl is een initiatief van iPractice B.V. (iPractice). De gepubliceerde artikelen, webinars en andere content zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en professionele inspiratie voor zorgprofessionals. De content op OpenPractice.nl is niet bedoeld als vervanging voor professioneel klinisch oordeel, diagnose of behandeling. Niets op dit platform mag worden opgevat als individueel behandeladvies. Lees hier meer.